Succesverhalen

Componence Asset List

Link naar document:

ECLI:NL:HR:2020:1012​​​​​​​

ECLI:NL:PHR:2020:356

Datum uitspraak: 05-06-2020

Rechtbank: Hoge Raad

Korte toelichting: klacht en uitspraak: Hoge Raad doet uitspraak over de voorwaarde van art. 5:7, onder d, Wvggz dat psychiater die de medische verklaring afgeeft, minimaal één jaar geen zorg heeft verleend aan betrokkene. Is er ruimte voor belangenafweging indien niet aan die voorwaarde is voldaan? De rechtbank vindt van wel en oordeelt de psychiater die tijdens zijn dienst betrokkene twee keer heeft gezien (de eerste keer schrijft hij medicatie voor  en de tweede keer geeft hij een medische verklaring af  voor een CM) voldoende onafhankelijk. De Hoge Raad gaat hier niet in mee en  oordeelt dat de psychiater niet als onafhankelijk was aan te merken na zijn eerste contact waarbij medicatie is voorgeschreven en vernietigt  de beschikking van de rechtbank.  

Toelichting klacht: Namens betrokkene heeft de advocaat verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot voortzetting van de CM, omdat de medische verklaring niet door een onafhankelijke psychiater is opgesteld nu hij bij de behandeling betrokken is geweest.
Klacht tegen beslissing van de rechtbank om de medische verklaring toe te laten door de psychiater toch onafhankelijk genoeg te achtten,  ondanks deze betrokkene tijdens de crisisdienst al eerder had beoordeeld en daarbij medicatie heeft voorgeschreven. In de medische verklaring heeft de rapporterend  psychiater vermeld dat hij betrokkene op 12 januari 2020 heeft gezien. Het toestandsbeeld was toen gelijk aan dat van 13 januari [2020]. Echter, was er toen nog samenwerking mogelijk. Betrokkene heeft toen de aangeboden medicatie ingenomen. In verband met het proportionaliteitsprincipe is er toen voor gekozen om betrokkene bij ouders te laten verblijven en met medicatie het gevaar af te wenden. In de loop van de nacht van 13 januari 2020 bleek dat dit onvoldoende effect had.

De sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft betrokkene op 12 januari 2020 gezien en de rapporterend psychiater geraadpleegd, omdat hij op dat moment piketdienst had. De rapporterend psychiater heeft betrokkene twee keer gezien in zijn dienst. De eerste keer op 12 januari 2020 en de tweede keer op 13 januari 2020. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet van een zodanig ontbreken van onafhankelijkheid kan worden gesproken .Dat dit opweegt tegen het belang voor betrokkene dat onverwijld rechterlijke toetsing plaatsvindt van zowel de onvrijwillige opname als de andere vormen van verplichte zorg. Om die reden zal de rechtbank het verzoek van betrokkene om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren, verwerpen.

Toelichting Uitspraak Hoge Raad: Art. 5:7 Wvggz bepaalt dat voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, de daarin genoemde voorwaarden gelden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. Art. 5:7, aanhef en onder d, Wvggz stelt in dat verband als voorwaarde dat de psychiater minimaal één jaar geen zorg heeft verleend aan betrokkene. De wetgever heeft met dit voorschrift willen voorkomen dat de psychiater een dusdanige band met betrokkene heeft opgebouwd dat deze band een obstakel zou kunnen zijn voor het vormen van een onafhankelijk oordeel. De bewoordingen van de bepaling en de strekking daarvan bieden geen ruimte voor een belangenafweging bij de beoordeling of een medische verklaring als grondslag voor de verzochte machtiging kan worden aanvaard indien de termijn van één jaar niet in acht is genomen.

Uit de bestreden beschikking blijkt dat de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld, op 12 januari 2020 betrokkene heeft gezien en medicatie aan haar heeft voorgeschreven. Dat valt onder het begrip zorg in de Wvggz, gelet op de omschrijving daarvan in art. 1:1 lid 1, onder v, in verbinding met art. 3:2 lid 1 Wvggz. Op 13 januari 2020 heeft de psychiater betrokkene wederom gezien en de medische verklaring opgesteld. Een en ander leidt ertoe dat aan de voorwaarde van art. 5:7, onder d, Wvggz niet is voldaan. De klacht hiertegen slaagt dus, de psychiater is niet als onafhankelijk aan te merken en de medische verklaring voldoet niet aan de daaraan gesteld (wettelijke) eisen.

Zie voor meer informatie ook conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad:
​​​​​​​ECLI:NL:PHR:2020:356​​​​​​​

en JGZ 2020/45 met annotatie van Dijkers, W.J.A.M.