Succesverhalen

Componence Asset List

Link naar document: 

ECLI:NL:HR:2020:150

 

Datum uitspraak: 25-09-2020
Rechtbank: Hoge Raad

Korte toelichting uitspraak: De Hoge Raad bepaald dat in een ZM ambulante verplichte zorg wordt gecombineerd met ‘opnemen in een accommodatie’ als dat noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Daarnaast bepaalt de Hoge Raad dat zolang dat binnen de kaders en tijdens de geldigheidsduur van de zorgmachtiging gebeurt er geen nieuwe medische verklaring vereist is. 

Toelichting klacht: betrokkene gaat in beroep (cassatie) tegen een zorgmachtiging die de constructie heeft van een voorwaardelijke machtiging: In het zorgplan is op de vraag “Hoe bewaakt de zorgaanbieder de kwaliteit van de verplichte zorg en hoe houden zij toezicht op de uitvoering van de ambulante verplichte zorg?” onder meer het volgende geantwoord: “Zodra accommodatie niet meer noodzakelijk is, zal betrokkene verder in zorg zijn bij een ambulant FACT team. “Zodra betrokkene ambulant in zorg is, zal betrokkene wekelijks afspraken krijgen waarbij er aan het zorgplan en behandelplan gewerkt zal worden. Indien de situatie ambulant verslechtert en er opnieuw sprake zal zijn van ernstig nadeel kan er besloten worden opnieuw in te zetten in een verplichte opname in een accommodatie.” De rechtbank heeft de zorgmachtiging toegewezen met de motivatie: “Op dit moment is opname niet nodig, maar als u de medicatie weigert en daardoor het ziektebeeld verergert vind ik wel dat u opgenomen moet kunnen worden.”  Betrokkene klaagt over het oordeel van de rechtbank dat alleen als betrokkene zijn medicatie weigert en het ziektebeeld verergert, gebruik kan worden gemaakt van verplichte zorg die bestaat in het opnemen in een accommodatie. Het onderdeel betoogt dat voor een voorwaardelijke zorgmachtiging geen wettelijke grondslag bestaat.

De officier van justitie gaat in cassatie tegen het oordeel van de rechtbank dat ondanks verlening van de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, een recente medische verklaring nodig zal zijn als pas over een aantal maanden aan de orde is dat betrokkene moet worden opgenomen in een accommodatie. De OvJ voert aan dat het eisen van een nieuwe medische verklaring niet past in het systeem van de Wvggz.

Uitspraak rechtbank: wat betreft de klacht tegen voorwaardelijke zorgmachtiging: klacht afgewezen.  De rechtbank klaarblijkelijk bedoeld om een zorgmachtiging te verlenen voor het ambulant toedienen van medicatie in combinatie met een machtiging tot het opnemen van betrokkene in een accommodatie voor het geval het ambulant toedienen van medicatie niet meer volstaat en het opnemen in een accommodatie noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ambulante verplichte zorg kan gecombineerd worden met voorwaardelijke verplichte zorg bestaande in opname.

Wat betreft klacht tegen een nieuwe medische verklaring: Bij de voorbereiding van een zorgmachtiging, dient een psychiater een medische verklaring op te stellen (art. 5:8 in verbinding met art. 5:9 Wvggz ). Een zorgmachtiging wordt mede op basis van deze medische verklaring verleend (art. 6:4 leden 1 en 2 Wvggz). De rechter dient een zorgmachtiging te verlenen voor de duur die noodzakelijk is om het doel van verplichte zorg te realiseren, waarbij afhankelijk van het soort machtiging een maximale duur van zes maanden, twaalf maanden of twee jaar geldt (art. 6:5 Wvggz). 

De zorgverantwoordelijke kan ter uitvoering van een zorgmachtiging niet beslissen tot het verlenen van verplichte zorg dan:
•    nadat hij zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene; 
•    met de betrokkene overleg heeft gevoerd over de voorgenomen beslissing en, voor zover hij geen psychiater is; 
•    hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheer-directeur (art. 8:9 lid 1 Wvggz). 
Tegen een beslissing van de zorgverantwoordelijke tot het verlenen van verplichte zorg kan bovendien geklaagd worden. Uit het voorgaande volgt dat de beslissing welke vorm van verplichte zorg aan betrokkene wordt verleend, is omkleed met diverse waarborgen. Dit strookt niet dat aan een zorgmachtiging de voorwaarde wordt verbonden dat een recente medische verklaring wordt verkregen binnen de geldigheidsduur van de machtiging beslist om een vorm van verplichte zorg te verlenen waarvoor de machtiging is gegeven. Indien de rechter van oordeel is dat na verloop van een bepaalde periode niet zonder recente medische verklaring voor een bepaalde vorm van zorg kan worden gekozen, dient hij de geldigheidsduur van de zorgmachtiging voor die vorm van zorg tot die periode te beperken. De Hoge Raad vernietigd de beslissing van de rechtbank: geen nieuwe actuele MV is nodig bij toepassen van verplichte zorg (zoals opname) tijdens de ZM.