Succesverhalen

Componence Asset List

Tim de Jong is een collega  met een transgender achtergrond. In dit interview vertelt hij over zijn persoonlijke zoekproces en over de transgenderzorg bij Parnassia Groep. Hij werkt als stafmedewerker en ervaringsdeskundige voor de specialismegroep Seks & Gender. Ook is hij lid van het Netwerk PG Inclusief en het LHBTI*-netwerk.

 

Wat houdt jouw functie als ervaringsdeskundige in?

Uitgangspunt van de specialismegroepen is dat je wetenschappelijke kennis, beroepskennis en ervaringskennis bij elkaar moet brengen om effectief te kunnen werken aan kwaliteitsverbetering. Ervaringsdeskundigen denken vanuit cliëntenperspectief mee over wat belangrijk is bij goede zorg. Hoe cliënten bejegend willen worden, bijvoorbeeld. Maar ook over het behandelaanbod, of over de kennis die hulpverleners nodig hebben, hebben zij een waardevolle inbreng.

Je hebt een transgenderachtergrond. Kun je hier iets over vertellen?

Binnen PG heb ik geen ervaring als cliënt. Elders zijn er wel hulpverleners op mijn pad gekomen, en ik weet nog goed hoe je dan in die stoel zit. Wanneer je als kind niet aan de norm voldoet, je niet herkent in anderen en worstelt met vragen over je genderidentiteit, kom je op een gegeven moment bij een hulpverlener terecht. In mijn geval was dat een studentenpsycholoog, die al in het eerste gesprek meende te moeten waarschuwen voor genderoperaties. De man bleek er niet veel verstand van te hebben. Begrijpelijk in de jaren 80, maar van een adequate verwijzing was geen sprake. Ik was dus terug bij af: het besef dat er iets niet klopte waardoor ik mezelf niet kon zijn.

Hoe heb jij je weg gevonden?

Ik heb veel zelf moeten uitzoeken en daarbij bleek de transgender community, toen nog heel marginaal en ondergronds, een belangrijke steun. Ik ben ook zelf actief geworden, heb een belangenorganisatie en een magazine over genderdiversiteit opgericht, later ook een boek geschreven over de diversiteit binnen de gemeenschap. In de vorige eeuw was het beeld van ‘de transseksueel’ erg stereotiep. De associatie erbij was: een betreurenswaardig persoon, geboren als man, die vanaf heel jong wist in ‘het verkeerde lijf’ te zijn geboren en als een ‘mislukte vrouw’ door het leven ging. Over transmannen hoorde je sowieso weinig, men dacht dat dit nauwelijks voorkwam.  

Was het voor jou snel duidelijk hoe je je identiteit wilde vormgeven?

In mijn geval was dat een jarenlang proces, waarin je geleidelijk dichter bij jezelf komt. Ik kan niet zeggen dat ik op een bepaald moment uit de kast ben gekomen. Ik heb er altijd jongensachtig uitgezien en paste voor de buitenwereld niet in het gangbare beeld van een man of een vrouw. In de loop der jaren schoof dat verder op in een mannelijke richting. Voor mijn omgeving was dat niet zo’n verrassing. Van andere trans personen weet ik dat het voor de omgeving ook een enorme schok kan zijn.

Is het makkelijker geworden om als transgender uit de kast te komen?

Enerzijds is er maatschappelijk meer openheid, en zie je steeds vaker trans personen op tv, op YouTube of in je omgeving. Dit maakt het makkelijker voor jonge mensen om ermee naar buiten te komen. Anderzijds is er nog veel onbegrip, wijst een kwart van de Nederlanders mensen af die niet duidelijk man of vrouw zijn en accepteert slechts de helft van de bevolking transgender personen. Intimidatie en geweld tegen trans personen komt veel voor. Hierdoor houden veel mensen hun genderidentiteit verborgen. Ook op het werk durven mensen vaak niet te vertellen dat ze trans zijn. Als ze dit wel vertellen krijgen ze soms negatieve reacties. Ook onbedoeld: mensen doen bijvoorbeeld lacherig uit onhandigheid, maken grapjes die kwetsend overkomen. Ik zie veel psychische problematiek, die in sommige gevallen zo diep ingrijpt dat een transitie niet alle symptomen kan doen verdwijnen. Daarom is de psychische zorg voor trans personen hard nodig.

Kunnen we binnen PG deze zorg bieden?

Zeker, en dit doen we steeds beter. Ons onderzoek naar de ervaringen van cliënten en hulpverleners, dat net is afgerond, laat zien dat veel cliënten tevreden zijn over onze specialistische transgenderzorg. Natuurlijk zijn er ook punten ter verbetering. Daar gaan we mee aan de slag.
In de afgelopen vijf jaar is het aantal transgender cliënten dat de weg naar ons weet te vinden meer dan vervijfvoudigd. Daar hebben we als specialismegroep Seks & Gender hard ons best voor gedaan. We bieden specialistische transgenderzorg op verschillende locaties: binnen de volwassenenzorg van PsyQ en i-psy en voor de jeugd binnen Youz. Behalve individuele trajecten zijn er ook groepsbehandelingen: deze blijken heel waardevol voor cliënten. Ook hier zie je de kracht van ervaringskennis. Cliënten kunnen zich aan elkaar spiegelen en creëren met elkaar een veilige omgeving waar zij zich soms meer bloot durven geven dan in een individuele behandeling.

Hoe inclusief is PG als het gaat om trans personen op de werkvloer?

Dat zou een mooie onderzoeksvraag zijn. Het valt me op dat veel collega’s het beeld hebben dat de ggz een tolerante werkomgeving is. Dit geluid hoor ik van mensen die zelf wit, hetero en cisgender (mensen die zich prettig voelen bij het geslacht dat ze kregen bij geboorte) zijn. Je moet dit vragen aan mensen die niet tot de meerderheid behoren. Ik ben verheugd dat er naast een netwerk PG-Inclusief recent ook een LHBTI-netwerk is opgericht. We willen het onderwerp LHBTI zichtbaarder maken, zodat mensen met deze achtergrond bij ons willen werken en zichzelf kunnen zijn. Als we dit uitstralen zullen cliënten zich ook veiliger voelen om gender of seksuele oriëntatie ter sprake te brengen.

Als organisatie moet je niet alleen discriminatie bestrijden, maar ook inzetten op de rijkdom van verschillen. Diversiteit gaat ook over kleur, culturele achtergrond, religie of levensfase. Wat dat betreft zouden we moeten streven naar een betere afspiegeling van de samenleving, niet alleen op de werkvloer maar ook in het management. Dat kan helpen om de kracht van diversiteit meer te benutten in beleid en in de behandelkamer.

Heb je nog tips of adviezen?

Een inclusieve en open houding naar elkaar en naar onze cliënten is iets waar iedereen aan kan bijdragen. Trek eens wat vaker op met mensen die van jou verschillen, in plaats van altijd naast die collega te gaan zitten die op je lijkt. Stap uit je bubbel en praat over deze onderwerpen. Over diversiteit, normen, discriminatie en de kracht van inclusie kunnen we allemaal van elkaar leren.

* De letters LHBTI staan voor: lesbisch, homo, bi, transgender en intersekse