Succesverhalen

Componence Asset List

Link naar document:

ECLI:NL:HR:2020:1012


Datum uitspraak: 05-06-2020
Rechtbank: Hoge Raad

Korte toelichting klacht en uitspraak: Hoge Raad oordeelt dat een psychiater die betrokkene al eerder heeft gezien tijdens een beoordeling en daarbij medicatie heeft voorgeschreven, daarna niet meer aangemerkt kan worden als onafhankelijke psychiater als voorgeschreven in art. 5:7 Wvggz. 
 

Toelichting klacht: beroep (cassatie) tegen het oordeel van de rechtbank dat in dit geval niet van een zodanig ontbreken van onafhankelijkheid van de beoordelend psychiater kan worden gesproken dat niet voldaan is aan het vereiste gesteld in artikel 5:7 onder d, dat de psychiater minimaal één jaar geen zorg heeft verleend aan betrokkene. De rechtbank oordeelt dat de MV niet onrechtmatig is en verleend een (V)CM. De rapporterend psychiater heeft betrokkene twee keer gezien in zijn dienst. De eerste keer op 12 januari 2020 en de tweede keer op 13 januari 2020. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet van een zodanig ontbreken van onafhankelijkheid kan worden gesproken dat dit opweegt tegen het belang voor betrokkene dat onverwijld rechterlijke toetsing plaatsvindt van zowel de onvrijwillige opname als de andere vormen van verplichte zorg, en om die reden zal de rechtbank het verzoek van betrokkene om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren, verwerpen.

Art. 5:7 Wvggz bepaalt dat voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, de daarin genoemde voorwaarden gelden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. Art. 5:7, aanhef en onder d, Wvggz stelt in dat verband als voorwaarde dat de psychiater minimaal één jaar geen zorg heeft verleend aan betrokkene. De wetgever heeft met dit voorschrift willen voorkomen dat de psychiater een dusdanige band met betrokkene heeft opgebouwd dat deze band een obstakel zou kunnen zijn voor het vormen van een onafhankelijk oordeel. De bewoordingen van de bepaling en de strekking daarvan bieden geen ruimte voor een belangenafweging bij de beoordeling of een medische verklaring als grondslag voor de verzochte machtiging kan worden aanvaard indien de termijn van één jaar niet in acht is genomen.

Uitspraak rechtbank: Hoge Raad: uit de bestreden beschikking van de rechtbank blijkt dat de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld, op 12 januari 2020 betrokkene heeft gezien en medicatie aan haar heeft voorgeschreven. Dat valt onder het begrip zorg in de Wvggz, gelet op de omschrijving daarvan in art. 1:1 lid 1, onder v, in verbinding met art. 3:2 lid 1 Wvggz. Op 13 januari 2020 heeft de psychiater betrokkene wederom gezien en de medische verklaring opgesteld. Een en ander leidt ertoe dat aan de voorwaarde van art. 5:7, onder d, Wvggz, namelijk dat hij minimaal een jaar geen zorg heeft verleend aan betrokkene niet is voldaan. 
NB: het betreft hier een psychiater die naast het eerder zien voor een beoordeling, hierbij ook medicatie aan betrokkene heeft voorgeschreven.