Heeft u een vermoeden dat iemand in uw onmiddellijke omgeving een eetstoornis of een voedingsstoornis heeft? Als u iemand wilt helpen vraagt u zich vast af hoe u het onderwerp ter sprake kunt brengen. En wat u zelf kunt doen en wat u vooral niet moet doen of zeggen?

Hieronder een paar tips.

  • Heeft u een vermoeden dat iemand in uw onmiddellijke omgeving een eet- of voedingsstoornis heeft? Waarop baseert u uw vermoedens? Heeft u een goed beeld van het eetpatroon en gedrag van die ander? Is dat het geval, dan moet u het aankaarten bij diegene.

  • Een ander vertellen dat hij of zij een eet- of voedingsstoornis heeft is niet niks. Maar u moet het wel vertellen. Hoe eerder u erover begint, des te eerder kan eventueel een behandeling beginnen. Hoe u dat doet? Vertel de ander wat u is opgevallen en geef een paar voorbeelden. Vraag of er iets aan de hand is. Laat duidelijk blijken dat u zich zorgen maakt en vraag of u de ander ergens mee kan helpen. Dit geeft de ander de mogelijkheid te reageren op uw bezorgdheid.  

  • Iemand met een eetstoornis praat hier vaak niet gemakkelijk over. Hij of zij zal het probleem verbergen en ontkennen. Niet alleen tegenover de omgeving, maar ook tegenover zichzelf.

  • Onthoud dat iemand met een eetstoornis vaak onwaarheden vertelt over het eetgedrag. Hulp zal dan ook niet snel geaccepteerd worden.

  • Onthoud dat een eetstoornis of een voedingsstoornis zeker niet altijd te herkennen is  aan het gewicht. Iemand met boulimia kan heel goed de eetbuiten en het braken voor anderen verborgen houden. Het gewicht is vaak normaal.

  • Een eet- en voedingsstoornis zijn ernstige aandoeningen. Deskundige hulp is noodzakelijk voor de behandeling en dus aanpak van de stoornis. Stimuleer dat de ander hulp gaat zoeken. Biedt aan dat u meegaat naar bijvoorbeeld de huisarts om steun te bieden. Eventueel kunt u dan ook een toelichting of verduidelijking geven.

Zelf kunt u ook bijdragen aan de behandeling. Lees verder voor wat u kunt betekenen voor de ander. 

  • Heeft iemand een eetstoornis, ga dan de ander niet stimuleren (lees pushen) om iets te eten. Controleer het eetgedrag ook niet. Dit helpt niet, sterker nog, vaak zien we dat het contact hierdoor minder wordt. Het onderlinge contact is belangrijk in het hersteltraject.

  • Blijf in contact, zoek de ander op. Ga leuke dingen doen die niets met eten te maken hebben.

  • Praat met anderen in een vergelijkbare situatie. Vaak is er een groep lotgenoten die op een regelmatige basis bij elkaar komt. Daar worden verhalen gedeeld, krijgt u steun, tips en suggesties. Dat geeft u weer energie en inspiratie. De eetstoornis van de ander moet niet de oorzaak worden dat u er onderdoor gaat.
    Informeer bij de huisarts naar een dergelijke groep of neem contact op met PsyQ via telefoonnummer 088-357 44 00, of stuur een mail naar informatie@psyq.nl )

Ouders en de omgeving van iemand met een eetstoornis of een voedingsstoornis voelen zich vaak machteloos. Een kind dat geen hap meer door de keel krijgt. Iemand die zich meer en meer afsluit van de vriendenkring en familie. Een kind dat buitengesloten wordt door anderen vanwege het (over)gewicht. U ziet dat iemand ongelukkig is, problemen met eten heeft, erg afvalt of juist veel aankomt in gewicht. U wilt graag helpen, maar de hulp wordt niet geaccepteerd. Ga zelf ook eens praten met de huisarts hoe hiermee om te gaan.