Hoe moeilijk het ook lijkt, maar als je gedachten hebt over zelfdoding (zelfmoord), praat dan hierover met mensen die je vertrouwt. Praat met je partner of je beste vriend(in). Ga naar je huisarts en/of probeer zelf professionele hulp te zoeken.

Zijn je problemen groot en onoverzichtelijk of lijken ze niet meer oplosbaar? Als je daarvan sombere gedachten krijgt, kunnen er gedachten over zelfmoord ontstaan. Je kunt geestelijk zo klem komen te zitten dat de dood beter lijkt en dat het een uitweg zou kunnen zijn. Herken je dit? Praat juist dan met iemand die je vertrouwt over deze gedachten. Praten kan opluchten, de eenzaamheid verminderen en de ander kan je daarnaast ook steunen in het vinden van een oplossing voor je problemen.

Heb je direct hulp nodig?  

Bel je huisarts! Is deze niet bereikbaar (doordat je buiten ‘kantooruren’ belt of in het weekeinde), bel dan de vervanger of de huisartsenpost. Zij kunnen je doorverwijzen naar medewerkers van Parnassia Groep die je direct kunnen helpen.

Ben je al in behandeling bij een van de onderdelen van Parnassia Groep, neem dan contact met je behandelaar.

Je kunt ook 0900 – 0113 bellen. Dit is het telefoonnummer van Stichting 113 Zelfmoordpreventie. Dit nummer is 24/7 bereikbaar!
Je kunt ook chatten met 113. Door eerst een paar vragen te beantwoorden, kunnen ze  misschien sneller en beter aansluiten bij jouw hulpvraag.  

Stichting 113 Zelfmoordpreventie is de nationale organisatie voor preventie van suïcide.

113 stelt dat er veel leed voorkomen kan worden wanneer zelfmoord beter bespreekbaar is en de zorg innovatiever en menselijker wordt georganiseerd.’

Groot misverstand

Het is een fabeltje dat zelfmood (suïcide) een weloverwogen daad is. Dat is dus niet waar. Zelfmoord is vaak een daad van wanhoop. De meeste mensen willen niet echt dood, maar willen vaak niet meer zo verder leven. Het ter sprake brengen (kijk ook op de site ‘de vraag van je leven’ ) is een manier om aan preventie te doen.  

Uit de meest recente cijfers van CBS blijkt dat in 2015 1871 mensen suïcide pleegden. Omgerekend maken gemiddeld 5 mensen per dag een einde aan hun leven. Suïcide is de belangrijkste doodsoorzaak in de leeftijdsgroep 20 tot 40 jaar. Er gaan meer mannen van 20 tot 40 jaar dood als gevolg van zelfdoding dan aan kanker, hart- en vaatziekten of verkeersongelukken, blijkt ook uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Een ander groot misverstand is dat iemand ineens suïcide pleegt. Ook dit is meestal niet waar. Er gaat een heel proces aan vooraf. Op een gegeven moment is er een druppel die de emmer doet overlopen. In deze periode zijn er signalen die alarmbellen moeten doen overgaan bij een ander.

Signalen dat er over zelfdoding gedacht wordt

Je ziet en merkt wel als iemand uit je omgeving 'niet zo lekker in zijn /haar vel zit'. Tijdelijk is dat niet erg, maar als het langer duurt kan er iets anders aan de hand zijn. Het is juist goed om jouw gevoel over de gemoedstoestand van de ander, dat jij je zorgen maakt over de ander uitspreekt naar die ander. Dat kan het begin zijn van een goed en openhartig gesprek. 

Er moeten alarmbellen overgaan bij je, als de ander uitspraken doet als;   

  • Het is voor iedereen beter als ik dood ben
  • Ik maak er een eind aan
  • Zullen jullie me nog gaan missen?
  • Ik wou dat ik dood was

Ook zijn er indirecte signalen (negatief zelfbeeld, zwarte toekomst schetsen) met uitspraken als:

  • Ik ben zo moe en wil zo graag rust echte rust
  • Het blijft maar malen en daar wil ik van af zijn
  • Ik ben zo een last voor jullie en dat spijt me zo
  • Ik zie het niet meer zitten
  • Ik ben nergens goed voor

Ander gedrag kan ook aanwijzingen geven. Bij schoolgaande jongeren valt dan te denken aan:

  • Schoolprestaties die verslechteren
  • Spijbelen, vaak afwezig zijn
  • Agressief/vervelend gedrag richting andere leerlingen
  • Vreemde enge uitspraken op sociale media
  • Aanwijzingen dat ze gepest of vernederd worden op sociale media
  • Andere signalen zijn
  • Zich afzonderen, isoleren uit het sociaal leven, van vrienden, uit het gezin
  • Zichzelf verwaarlozen
  • Langdurig somber (depressief) zijn
  • Grote en onverwachte stemmingswisselingen
  • Grote risico’s nemen
  • Veel meer gaan drinken, toenemen van eventueel drugsgebruik
  • Weggeven van persoonlijke, en geliefde  spullen. 

Er is dus niet 1 duidelijk signaal, het is meer een optelsom van meerdere signalen.

Het direct aan een ander vragen of die wel gelukkig is, of de ander denkt aan zelfdoding kan een opening creëren voor een gesprek. Vaak durft men niet deze vragen te stellen, omdat men dan bang is de ander een idee aan te praten. Dat is een misplaatste gedachte. Door er rechtstreeks naar te vragen geef je aan dat er geen taboe op rust en dat erover gepraat mag worden. Dat kan voor de ander als een opluchting overkomen en iemand uit zijn isolement en eenzaamheid trekken. 

De vraag van je leven

Stichting 113 Zelfmoordpreventie is een landelijke publiekscampagne begonnen met als titel ‘De vraag van je leven’. Met deze campagne wil 113 bereiken dat:

  • Het taboe op praten over suïcide doorbroken wordt,
  • Iedereen leren om signalen van suïcidale gedachten herkennen,

Dat wil 113 ondermeer doen door:

  • Het geven van concrete tips over hoe je met signalen over zelfmoord kan omgaan.
  • Als luisterend oor voor mensen in nood altijd bereikbaar te zijn. Altijd bij 113, ook anoniem.  Ook hulpverleners in de buurt kunnen hulp bieden.

Jouw vraag kan het verschil maken

Hoe breng je een onderwerp als suïcide of gedachten erover ter sprake? Kun je die vraag wel stellen? Het antwoord is ja. Op de site ‘de vraag van je leven’ staan voorbeelden van vragen die je juist wel en juist niet moet stellen.  Als ook hoe je moet reageren op het antwoord.

De gedachte achter de campagne is dat iedereen, op zijn eigen manier, kan bijdragen aan het terugdringen van het aantal suïcides.

Voorlichting en preventie noodzakelijk

“Om het aantal suïcides te verminderen, is preventie op velerlei terreinen nodig” aldus Remco de Winter, psychiater bij Parnassia Groep. “Suïcide preventie is niet alleen een zaak voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz),  maar is een verantwoordelijkheid van iedereen. Meer voorlichting, betere preventie  en meer onderzoek maken daar onderdeel vanuit. “