Een groot aantal Joodse onderduikers uit de Ramaer-kliniek stond op de zogenaamde Weinreblijst. Friedrich Weinreb spiegelde Joden die zich bij hem – tegen betaling – lieten registreren, voor dat zij hun deportatie konden uitstellen.

In werkelijkheid liet hij hen geloven in een fictieve ontsnappingsroute uit bezet Nederland. Zijn echtgenote Esther Weinreb-Gutwirth was in het najaar van 1942 zelf ondergebracht bij Rosenburg. Vermoedelijk heeft Weinreb geweten dat ook de psychiatrische instellingen geen veilige schuilplaatsen voor Joden waren. Esther Weinreb-Gutwirth verliet de kliniek al op 4 december 1942. Er zijn aanwijzingen dat Friedrich Weinreb de groep onderduikers in de Ramaer-kliniek in handen van de Sicherheitspolizei heeft gespeeld.