Kinderen met een anti-sociale gedragsstoornis vertonen gedrag wat niet acceptabel is voor iedereen in hun omgeving. Deze stoornis wordt ook wel afgekort tot CD. Deze is weer afgeleid van de Engelse term Conduct Disorder.

Kenmerken CD

Het kind met anti-sociale gedragsstoornis

  • pest, bedreigt, intimideert
  • slaat, mishandelt, vecht (al dan niet met wapens) (agressief)
  • steelt, vernielt, pleegt inbraken (delinquent gedrag)
  • spijbelt en loopt weg van huis
  • kan erg op zichzelf zijn
  • heeft in groepsverband narcistisch gedrag. Er gelden andere regels voor hen.
  • heeft een verminderd inlevingsvermogen
  • is uit op persoonlijk gewin

Dit gedrag zorgt voor grote en soms ook onhoudbare problemen op school en thuis. Wat we vaak zien is dat een kind met CD ook nog een andere stoornis heeft, bijvoorbeeld ADHD of autisme. Dat maakt het stellen van een diagnose niet makkelijk.  Een andere constatering is dat er vaak problemen zijn tussen kind en ouders, of dat de ouders het verkeerde voorbeeld zijn. De schoolprestaties blijven ook achter. Een lagere intelligentie kan ook een negatieve rol spelen.

Een kind hoeft niet alle genoemde kenmerken te hebben. Herkent u uw kind in bovenstaande kenmerken? Bespreek dit dan met uw huisarts. De Jutters, onderdeel van Parnassia Groep, heeft een informatielijn. Op 070 -850 7 850 kunt u op elke werkdag uw vragen stellen tussen 08.00 en 17.00 uur.

Hoe ziet de behandeling van CD eruit?

Een kind met een anti-sociale gedragsstoornis heeft vaak nog andere problemen. Deze problemen moeten gelijktijdig worden aangepakt. Een diagnose is dus noodzakelijk. Na diverse gesprekken kind, ouders en anderen zoals leraren, en onderzoeken kan een diagnose gesteld worden. Dit is het uitgangspunt van de behandeling.

Psycho-educatie is in ieder geval onderdeel van de behandeling. Door psycho-educatie krijgen zowel het kind als de ouders inzicht in de stoornis.
Zo leren de kinderen:

  • gevoelens bij zich te herkennen,
  • om te gaan met de boosheid,
  • zich beter te gedragen, ook in verschillende situaties.
  • Zich te verplaatsen in de ander

Ouders wordt geleerd:

  • meer/beter positief (opvoed)gedrag
  • duidelijke grenzen te stellen zonder het kind af te wijzen

De behandelaar vertelt u meer over de behandeling.